Achtergrond: Online retrospectief Maziar Bahari

Deze maand is het een jaar geleden dat de omstreden Iraanse presidentsverkiezingen plaatsvonden. Miljoenen Iraniërs voelden zich bestolen van hun stem en gingen de straat op uit protest tegen de schaamteloze verkiezingsfraude. Where is my vote? vroegen zij het regime. De onvrede leidde tot de grootste anti-regeringsprotesten, brute repressie en de ergste politieke crisis in Iran sinds de revolutie van 1979. Duizenden demonstranten, politieke opponenten en journalisten werden opgepakt. Onder hen filmmaker, Newsweek-journalist en IDFA-vriend Maziar Bahari (42).

‘Filmmakers, kunstenaars, eigenlijk iedereen in Iran is een koorddanser. Je balanceert continue tussen wat wel en niet kan,’ vertelde journalist en documentairemaker Maziar Bahari in 2007 tijdens IDFA. Bahari verstaat de kunst van het koorddansen als geen ander. Ondanks vergaande restricties wist hij de afgelopen decennia diepgravende documentaires en reportages over uiterst gevoelige onderwerpen te maken.

Sinds 2000 is Maziar Bahari vaste IDFA-gast. Zijn films Of Shame and Coffins (2001), over de taboes rond de AIDS epidemie in Afrika, en And Along Came a Spider (2002), over de religieus gemotiveerde seriemoorden op 16 Iraanse prostituees, kwamen mede tot stand met steun van het Jan Vrijman Fonds. Andere documentaires van Bahari die bij IDFA werden vertoond zijn Paint! No Matter What (1999), Football, Iranian Style (2001), Mohammad and the Matchmaker (2003), Targets: Reporters in Iraq (2004) en 4 Short Films on Iraq (2007). In 2007 stelde Bahari als eregast de Top 10 van zijn favoriete films samen en verzorgde een masterclass waarin hij uitvoerig inging op zijn werk en de censuur waarmee filmmakers in Iran geconfronteerd worden.

Maziar Bahari verliet Iran in 1987 en reisde via Pakistan naar Canada waar hij het staatsburgerschap kreeg en het journalistenvak leerde. Vanaf 1997 keerde hij met grote regelmaat terug naar Iran om betrokken films te maken over kunstenaars, de Iraanse obsessie voor voetbal, Hiv/Aids, en vooruitstrevende en rebelse ayatollahs. Ook reisde hij met gevaar voor eigen leven naar Irak waar hij reportages maakte over de martelingen in Abu Ghraib, het werk van journalisten, een persoonlijk portret van Moqtada al-Sadr. Zijn werk werd uitgezonden door onder meer BBC, Channel 4 network, Al-Jazeera International en bekroond op verschillende festivals. Daarnaast schreef hij reportages en politieke analyses voor onder meer Newsweek en Washington Post.

Maziar Bahari groeide uit tot een van de belangrijkste chroniqueurs van de Iraanse samenleving. Uit zijn oeuvre, waarvan een deel op IDFA TV te zien is, spreekt een zeer gevarieerd beeld van Iran. Het Iran van Maziar Bahari is niet het land van een 'Dood aan Amerika' scanderende mensenmassa, of juist alleen de progressieve Teheraanse upper-class. Maar een Iran dat zich laat zien in al zijn diversiteit, een land van eigenzinnige individuen. Uitzinnige voetbalfans, religieus fanatici, kunstenaars en kritische geestelijken; iedereen heeft in zijn films een stem.

Films online retrospectief
In Art of Demolition (1998) volgt hij een groep kunstenaars die een slooppand in Teheran verandert in een kunstgalerie. Binnen tien dagen vinden meer dan tienduizenden bezoekers hun weg naar de bijzondere groepstentoonstelling. In Paint! No Matter What (1999) zoomt hij in op een van de kunstenaars, de inmiddels internationaal bekende Khosrow Hassanzadeh, die klanten spreekt in zijn groentezaak en zijn eigen familie over zijn schilderkunst interviewt. Football, Iranian Style is zowel een hilarisch als kritisch portret van de Iraanse samenleving bekeken vanuit de gekte van het voetbal. Ook hierin zijn het de ontmoetingen en gesprekken met talloze markante individuen die beklijven, zoals de uitgesproken sport-journaliste Mahin Gorji, die als enige vrouw ooit het Azadi voetbalstadium binnenkwam. Intiem is ook het portret van een seriemoordenaar, zijn gezin en de nabestaanden van zijn slachtoffers in And Along Came a Spider (2002). Dat geestelijken in Iran niet allemaal aartsconservatief zijn, toont Maziar in zijn prachtige, ontwapenende portret van de razend populaire Ayatollah Sanei en diens hyper moderne call-center (Online Ayatollah, 2008). In Rebel Ayatollah (2007) klinkt de felle kritiek van dissidente geestelijke ayatollah Montazeri, wiens dood in december 2009 tot een opleving van de anti-regeringsprotesten leidde.

‘Het is mijn missie het eenzijdige beeld van Iran te veranderen, en de werkelijkheid in al zijn complexiteit te tonen,’ vertelde Bahari in 2007 over zijn werk. Als volleerd koorddanser wist hij censuur te vermijden, toegang te krijgen tot diverse bronnen -van kritische individuen tot leden van het establishment- maar vooral, altijd een gebalanceerd beeld voor het voetlicht te brengen. Wellicht wist hij mede daarom problemen met de autoriteiten altijd te voorkomen.

Tot 21 juni 2009. Om zeven uur ’s ochtends werd Bahari door veiligheidsfunctionarissen uit het huis van zijn moeder opgehaald en meegenomen naar een onbekende locatie. Hij was als geaccrediteerde journalist in Iran om de presidentsverkiezingen van 12 juni voor Newsweek te verslaan. Sinds zijn arrestatie verbleef hij in eenzame opsluiting in de beruchte Evin gevangenis, zonder toegang tot zijn advocaat of contact met familieleden. Slechts een enkele keer werd hem toegestaan te bellen met zijn moeder en hoogzwangere vrouw Paola Gourley.

Op 1 juli kwam Bahari voor het eerst in de openbaarheid. Staatsmedia Farsnews en Presstv berichtten over een persconferentie waarin Bahari bekende ‘onjuist en partijdig’ te hebben bericht over de onrust in de nasleep van de verkiezingen. 'Westerse media zijn een integraal onderdeel van de kapitalistische machine van Westerse liberale democratieën. Een Westerse journalist die naar Iran komt is voornamelijk bezig met de belangen van het Westen…’ Elf pagina’s telde zijn ijzingwekkende ‘bekentenis’.

Begin augustus kon de wereld zien wat de Iraanse cel met een mens doet. Honderd sterk vermagerde, in pyjama gestoken beklaagden vulden de rechtbank waar het eerste proces tegen deze ‘verdachten van een fluwelen revolutie’ plaatsvond. Op de foto van de persconferentie ziet Maziar Bahari er tien jaar ouder uit. Het was het laatste beeld dat we maandenlang van hem zouden zien.

Terwijl zijn bewakers Bahari voorhielden dat de wereld hem vergeten was, voerden vrienden, familieleden en collega's intussen een wereldwijde campagne om hem vrij te krijgen. Via freemaziarbahari.org, facebook, media-optredens van echtgenote Paola en verschillende (online) petities bleven zij zijn zaak onder de aandacht brengen. Ook IDFA verzamelde handtekeningen van documentairemakers voor een petitie die begin augustus naar de Iraanse autoriteiten werd verstuurd. De inspanningen bleven niet zonder resultaat. In het prachtige relaas over zijn gevangenschap, dat Maziar Bahari enkele weken na zijn vrijlating in Newsweek publiceerde, schrijft hij:

‘It’s very strange that no one has said anything about you yet,’ Mr. Rosewater [a prison guard] told me one day. ‘Don’t you have any friends or relatives?’ I thought he was bluffing but couldn’t know for sure. The prisoner’s worst nightmare is the thought of being forgotten. Then, one morning in September, the friendliest of the prison guards – a man with whom I exchanged obscene jokes – opened my cell door and said, ‘Mr. Hillary Clinton, you can go have hava khori [some fresh air] now.’ I was mystified. ‘Why “Hillary Clinton”?’ I asked him. ‘She talked about you last night,’ he said, referring to comments the U.S. secretary of state had made to her Canadian counterpart. I was ecstatic. This meant there was international pressure to free me.

Op 17 oktober werd Maziar Bahari vrijgelaten, drie dagen later kwam hij in Londen aan, waar op 27 oktober zijn dochter geboren werd. 118 dagen en bijna 13 uur zat Bahari in de cel, waarvan 107 dagen in eenzame opsluiting. Hij leerde de zwartste kant van het regime kennen; kreeg de absurdste beschuldigingen te horen, werd fysiek en psychologisch gemarteld. Over wat zijn opsluiting met hem heeft gedaan, schrijft en vertelt Bahari niet alleen openhartig, maar ook met zijn karakteristieke bijtende gevoel voor humor en haarscherpe observaties. Een van de eerste publieke optredens na zijn vrijlating was tijdens IDFA 2009. Zondag 22 november sprak Bahari in Escape Lounge met festivaldirecteur Ally Derks over zijn ervaringen en de situatie in Iran, waarover hij zeer pessimistisch was. ‘Er zijn nog steeds enkele rationele elementen in de regering, maar de Revolutionaire Garde, de speciale eenheid waartoe ook president Ahmadinejad behoorde, krijgt steeds meer macht. Zij gedijen wanneer paranoia, chaos en onzekerheid heersen. Iran is hard op weg een dictatuur te worden.’

Enkele weken later is Maziar Bahari weer in Amsterdam. Na tientallen mediaoptredens (o.a. In 60 minutes, The Daily Show en Charlie Rose) en talloze ontmoetingen met politici die zich voor zijn vrijlating hebben ingezet, is de rust enigszins weergekeerd. Hij neemt de tijd zich te bezinnen op zijn werk en te genieten van het vaderschap. Trots laat hij foto's van zijn dochter zien. Over de nabije toekomst van zijn land is hij gitzwart; meer arrestaties, meer repressie, meer geweld van beide kanten. 'Het regime is geradicaliseerd, maar ook de tegenstanders radicaliseren,' zegt hij. 'Als er niet naar hun vreedzame protesten wordt geluisterd, vrees ik dat zij hun heil in gewapend verzet zullen zoeken.' Toch klinkt er ook een zeker optimisme in zijn woorden door, gevoed door een groot vertrouwen in de moed en doorzettingsvermogen van zijn landgenoten. 'Het is ongelofelijk hoeveel mensen de straat op zijn gegaan, en bleven gaan, zelfs toen ze daarmee tegen de bevelen van de hoogste macht zelf, ayatollah Khameini, ingingen.' Hoe lang het regime nog stand zal houden is niet te voorspellen, maar dat de Islamitische Republiek zoals we die kennen ten dode opgeschreven is, daarvan is Bahari overtuigd. 'Het regime is elke legitimiteit kwijtgeraakt.'

In 2009 maakte Maziar Bahari de historische documentaire The Fall of a Shah, waarin hij nauwgezet de ondergang van de laatste Shah van Perzië reconstrueerde. Tijdens de massademonstraties in nasleep van de verkiezingen waren de vergelijkingen met de revolutie van 1979 niet van de lucht. Sommige analisten voorspelden dat de Groene Beweging een revolutie had ontketend die zich binnen enkele maanden, misschien slechts weken zou voltrekken, andere reageerden terughoudender en spraken van jaren. Een jaar na de verkiezingen lijkt het protest in Iran verstomd, Opperste Geestelijk Leider Khamenei stevig in het zadel te zitten.

Maar niets is minder waar, schrijft Bahari in zijn recente artikel The Last Ayatollah. Khamenei heeft belangrijke lessen uit het verleden getrokken en de fouten van de Sjah grotendeels weten te vermijden, maar hij vergist zich als hij denkt dat zijn positie daarmee gered is. Een belangrijke les heeft hij over het hoofd gezien:
Like the shah and many other dictators before him, Khamenei has allowed himself to be surrounded by a clique of sycophants, like President Mahmoud Ahmadinejad, who have insinuated themselves into every aspect of government. In the short term Khamenei may be able to count on their loyalty, but their true allegiance is only to themselves. Their corruption is breeding the kind of resentment that will keep the Green Movement alive. In all but name, the Islamic Republic is long gone. Khamenei just doesn’t seem to know it yet.
Vanzelfsprekend is Maziar Bahari sinds zijn vrijlating niet naar Iran teruggeweest. In zijn afwezigheid (hij noch zijn advocaat werden überhaupt op de hoogte gesteld van het aanstaande vonnis) werd hij op 9 maart 2010 in Iran veroordeeld tot 13 jaar, zes maanden en 74 zweepslagen. Hij kreeg vijf jaar voor onwettige samenscholing en samenzwering tegen de staat, vier jaar voor het bezitten van geheime documenten, een jaar voor propaganda voeren tegen het regime, twee jaar voor het beledigen van de Opperste Geestelijk Leider, een jaar en 74 zweepslagen voor het verstoren van de openbare orde en zes maanden voor het beledigen van de president. Aanleiding voor de laatste straf was een foto die iemand op Maziar Bahari’s facebook account plaatste van een innige omhelzing van president Ahmadinejad met een man, die volgens Bahari’s ondervrager impliceerde dat de Iraanse president homoseksueel is. In zijn stuk Justice Iranian Style legt Bahari haarfijn uit waarom de absurde straffen meer vertellen over het Iraans regime dan zijn vermeende misdaden. Maar hij schrijft ook:
I can write these lines with my tongue firmly in my cheek from the safety of my house in London, of course, but more than 30 journalists, writers, and bloggers are still languishing in Iran’s prisons.
Maziar Bahari was niet het enige slachtoffer van de ongekende repressie in post-verkiezingen Iran. Het afgelopen jaar zijn meer dan vierduizend mensen opgepakt. Tientallen, mogelijk honderden mensen zijn vermoord en gemarteld, nog altijd zijn er mensen vermist. Honderden studenten, mensenrechtenactivisten en politici zitten nog altijd in eenzame opsluiting in de smerige kerkers van het regime. Iran is daarmee volgens Reporters Without Borders ‘the world’s worst jailer of journalists’.

‘…in case I’ll have problems in Iran, I need as much publicity as possible. You can also contact my list of friends on Facebook as well as the Canadian government,’ schreef Maziar Bahari aan zijn neef voor vertrek naar Iran. Het is een oproep die voor alle politieke gevangenen geldt: als er aandacht is, kunnen mensen niet ‘verdwijnen’. Zolang de repressie van het Iraans regime voortduurt, kan de roep om vrijlating niet verstommen. Blijf dan ook petities tekenen, zoals Bahari's ervaring toont, heeft het wel degelijk zin.