Terwijl er een grensconflict woedt aan de oostelijke grens van Oekraïne, gaat het dagelijks leven in het westen van het land gewoon door. Zeker in Tábor, een afgezonderde wijk in de stad Berehove in het westen van Oekraïne, op slechts een steenworp van de grens met Hongarije. Tábor wordt grotendeels bevolkt door Hongaars sprekende Roma. Zij vormen hier een van de grootste Roma-gemeenschappen van Oekraïne.
Geduldig observerend toont Stanislav Danylyshyn in zwart-witbeelden hoe het dagelijks leven zich hier ontvouwt. Het is de paasperiode, maar dat is vooral merkbaar voor de kinderen; de jongens gooien water over de meisjes en worden daarvoor beloond met paaseitjes. Los van zulke details toont Tábor vooral de tijdloosheid van dit bestaan. Dat wordt versterkt door de schaduwrijke beelden, die de wereld schetsen in een rijk palet aan grijstinten. Een wereld met bijna archetypische bewoners: de moeder, de vader, het kind.