“Er zat opwinding in de lucht”, zegt eind-twintiger Donga over wat hij voelde toen in 2011 de opstand uitbrak tegen het bewind van Muammar Khadafi. Hij was negentien jaar, woonde in Misrata en ging met veel bravoure met een vriend de strijd filmen. Een decennium later blikt hij in een hotel in Istanboel, waar hij als oorlogsgewonde verblijft, met fragmenten uit zijn videoverslagen terug op de voorbije tien jaar. En reflecteert hij op wat die periode met hem heeft gedaan.
De branie en hoop van 2011 heeft in de jaren erna, waarin hij ook de strijd tegen ISIS en het militaire offensief van generaal Khalifa Haftar filmde, plaatsgemaakt voor verdriet. Donga kon destijds de mentale, psychische en fysieke consequenties nauwelijks overzien. De meeste mensen die hij in de strijd in 2011 leerde kennen, zijn dood. Hij is tot het besef gekomen dat oorlog geen oplossingen biedt.
Donga is een persoonlijk verslag van tien jaar Libische strijd, inclusief momenten van schoonheid, humor en saamhorigheid. Maar de film illustreert ook de collectieve Libische desillusie over het resultaat van de opstand van 2011. Het bracht de bevolking geen vredig bestaan. Maar ondanks alles geeft Donga de moed niet op: “Wij geloven in verandering!”